Het studentenleven van Gunilla Kleiverda

Persoonlijk
Ik ben geboren in 1955, klas overgeslagen op lagere school, 5 jaar HBS, studie geneeskunde van 1971-1978, 1978-1979 ANIOS interne en chirurgie in Zweden, 1980-1985 opleiding tot gynaecoloog in het Wilhelmina Gasthuis, AMC en Diaconessenhuis Leiden en sinds 1985 werkzaam in het Burgerziekenhuis Amsterdam, in 1991 voortgezet als Flevoziekenhuis Almere

Ik ben lid geweest van VCSB. Eerlijk gezegd wist ik niet dat deze organisatie iets christelijks in de naam had. Ik hoorde dat het een leuke kritische club was die koffietafels organiseerde met interessante discussies en af en toe ook weekenden weg. Een mooi alternatief van de studentenverenigingen. Geen kak zoals Vindicat. Niet katholiek zoals Albertus Magnus, en niet extreem-links, zoals Vera. 

Waar heb je gewoond in Groningen?
Bij een hospita in de Heymanslaan, in een studentenhuis in de Jozef Israelsstraat, en in een klein huisje aan de Radebinnensingel

Wat is je meest dierbare plek in Groningen?
Mijn kleine huisje aan de Radebinnensingel 

Heb je nog bepaalde herinneringen aan bepaalde plekken, kroegen etc ? 
De drie Gezusters en de Vlaamse Reus waren destijds frequent bezochte plekken. 

Heb je nog contact met mensen uit je studietijd?
Jazeker, goede vrienden van destijds zijn na meer dan 40 jaar nog steeds goede vrienden. Soms zien we elkaar vaker, soms minder vaak. Zelfs een paar oude vriendschappen zijn na zoveel jaar weer opgebloeid. Het is leuk te zien dat deze vriendschappen na zovele jaren nog steeds waardevol zijn ondanks de verschillende kanten die een ieder is opgegroeid. Met de andere door jullie geportretteerde alumnus Rik van Lunsen heb ik in de loop van de jaren veel professioneel contact gehad, zowel in de seksuologie als in de abortuswereld. Maar ik leerde Rik op de barricaden in Groningen kennen.

Heb je nog bepaalde herinneringen aan je opleiding?
Massale colleges in het eerste jaar, samen met tandheelkunde, meer dan 300 studenten, over twee grote collegezalen verspreid. 

• Veel gebruik van (dubbel) carbonpapier bij colleges, om zo min mogelijk college te hoeven lopen, want daar was niet zoveel tijd voor bij alle andere bezigheden.
• Veel sociale activiteiten, en 3 weken voor de tentamens opsluiten om te blokken.
• Het bevolkingsonderzoek in Vlagtwedde, waar ik contact legde met longartsen en cardiologen. Ik hield er een studentassistentschap cardiologie aan over.

Had je een bepaalde voorbeeld-docent? 
Rowena Matthias was destijds hoofd van de anticonceptie-poli. Later is zij psychiater geworden. Ik ben door haar enthousiast geraakt voor de gynaecologie. Jozien Holm was toen AIOS, een van de weinige vrouwelijke assistenten. Wil Janssen, MDL-arts was een van de weinige vrouwelijke specialisten en had een voorbeeldfunctie voor vrouwelijke co-assistenten. Chirurgie was nog helemaal een mannenvak. De eerste vrouwelijke AIOS chirurgie werd aangenomen op voorwaarde dat zij plastische chirurgie zou gaan doen.

Zijn er verhalen over jouw studententijd, die je nog steeds vertelt aan anderen?
Het was een geweldige tijd met enorm veel mogelijkheden jezelf te ontwikkelen. Elke zomer een zelf-georganiseerde stage in het buitenland. Elke dag discussies met andere studenten, individueel of via de VCSB. Naast het studentassistentschap bij Evert van der Wall (cardioloog)  deed ik ook nog vrijwilligerswerk bij het JAC (Jongeren Advies Centrum) en in de psychiatrie. Het was de tijd van de tegenbeweging tegen de traditionele hulpverlening. ‘Wie is van hout?’ van Jan Foudraine was een boek waar veel over gediscussieerd werd en uitgangspunt bij dit vrijwilligerswerk. Tsja, en daartussendoor studeerde ik ook nog af en toe. 

Wat betekent voor jou “mijn universiteit”? 
Omdat ik zolang na mijn studie in Amsterdam heb gewoond en gewerkt, heb ik eigenlijk twee universiteiten die mij dierbaar zijn, de RUG en de UVA. 

Wat betekent voor jou “mijn faculteit c.q. ziekenhuis”? 
Het UMCG heette vroeger nog het AZG en bestond uit allemaal losse paviljoens. Met heel veel plezier heb ik daar mijn coschappen gelopen, steeds in een ander paviljoen. Ook het Wilhelmina Gasthuis, waar ik mijn opleiding in Amsterdam begon, kende zo’n paviljoenbouw. Maar uiteindelijk is ‘mijn ziekenhuis’ het Burgerziekenhuis in Amsterdam en de opvolger daarvan, het Flevoziekenhuis in Almere geworden, waar ik ruim 36 jaar gewerkt heb.

Hoe is de keuze voor verloskunde / gynaecologie tot stand gekomen? 
Is ontstaan tijdens mijn coschap, zoals gemeld de leuke anticonceptiepoli van het AZG, waar ik als coassistent zelfs nog mannen gesteriliseerd heb, maar ook het heel intensieve verloskunde coschap met zeer nauwe betrokkenheid bij barende vrouwen. Ik vond het coschap zo leuk, dat ik in een maand wachttijd nog een extra coschap in Zwolle heb gelopen. Daar zag ik nog meer dat het een leuk vak was, maar zag ik ook hoe ‘in de periferie’ op een afgrijselijke wijze het vak werd uitgeoefend. Geld verdienen was het motto, belangstelling voor vrouwen ontbrak. ‘Een prachtig vak, maar nooit op deze manier’ was mijn conclusie. Daarna solliciteren. Ondermeer in Nijmegen bij professor Mastboom: ‘u bent vrouw en niet gepromoveerd’. Binnen vijf minuten stond ik weer buiten. En bij het VUMC: ‘Hoe gaat u een opleiding combineren met het krijgen van kinderen?’ Uiteindelijk vond ik een plek in het Wilhelmina Gasthuis nadat ik een jaar in Zweden gewerkt had. Omdat ik desalniettemin nog erg jong was, werd ik ‘de baby met de luier om’ genoemd toen ik met mijn opleiding begon. 

Wat vind je – vooral in deze tijd – van belang voor de opleiding geneeskunde? Heb je tips?
• Bedenk dat je je in een zeer bevoorrechte positie bevindt. Je maakt tijdens je studie en zeker tijdens je coschappen zoveel dokters mee bij wie je een kijkje in de keuken mag nemen oftewel mag observeren hoe zij hun vak uitoefenen. Bedenk wat je wilt overnemen of juist niet en waarom. 
• Realiseer je dat arts zijn een geweldig mooi vak is waar je waanzinnig veel terug krijgt van patiënten als je je daadwerkelijk voor hen interesseert en inspant. 
• Wees jezelf, doe wat je leuk vindt en onderzoek waar je energie van krijgt. Het artsenberoep biedt zoveel mogelijkheden voor een zinvolle beroepsuitoefening.
• Laat je niet gek maken in een ratrace om een opleidingsplaats 

Wat vind je – ook vooral in deze tijd – van belang voor de zorg?
• De patiënt daadwerkelijk centraal stellen en serieus nemen en niet betuttelen 
• Zorg adviseren volgens richtlijnen, maar bedenk dat richtlijnen ook nogal eens zijn geschreven door belanghebbenden en dus niet zo ‘wetenschappelijk’ onderbouwd zijn als zij suggereren (zie bijvoorbeeld de Groningse emeritus hoogleraar Trudy Dehue in ‘Betere mensen, over gezondheid als keuze en koopwaar’) 
​• Met de patiënt in gesprek gaan over diens ideeën, gedachten, gevoelens, wensen in relatie tot het geadviseerde beleid en uiteindelijk de beslissing van de patiënt daadwerkelijk ondersteunen


Gunilla_Kleiverda.png