foto.peter_van_Dijk.jpg


Peter van Dijk (geboren te Assen) is sinds 1997 huisarts in Hoensbroek/Brunssum. Daarvoor is hij werkzaam geweest als beleidsmedewerker op het academisch ziekenhuis in Maastricht en van 2012 tot 2015 was hij gedeputeerde van de Provincie Limburg voor de PvdA. In zijn vrije tijd is hij nog steeds - al tientallen jaren - arts bij de Medische Dienst van het TT-circuit in Assen.

Hij was student van 1974 tot 1985 met tussendoor diverse  bestuursfuncties bij universiteit en faculteit waaronder student-adviseur College van Bestuur en student-lid faculteitsbestuur.

Hij was geen lid van een algemene studentenvereniging, wel van het Groninger Studenten Pastoraat en van volleyballclub Donitas. Binnen de universitaire studentenpolitiek was hij medeoprichter van de Progressieve Studenten Federatie (PSF) en de facultaire groepering ‘ProMed’.

Hij heeft gewoond aan de  Baanstraat, in een pittoresk huisje in de Noorderplantsoenbuurt en  in een flat in de Sint Eustatiusstraat, Westindische buurt, aan het eind van de Korreweg.

Wat is jouw meest dierbare plek in Groningen?

De hoek van de Pelsterstaart en de Vismarkt waar ik mijn huidige echtgenote voor het eerst heb gezoend.

Welke herinnering heb je aan het medisch onderwijs

Massale hoorcolleges voor meer dan 300 eerstejaars studenten (inclusief die van tandheelkunde) in ‘de Nieuwe Medische Zaal’,  de klinische colleges van de hoogleraren in de vaak monumentale ‘amfitheaters’ van hun klinieken en de  ‘bedsideteaching’ in de kliniek.

Hoe ben je in je (huidige) vak terecht gekomen ?

Tijdens de studie besefte ik dat ik het liefst huisarts wilde worden. Bij mijn afstuderen in 1985 was er echter een overschot van 1500 werkloze basisartsen. De meeste vervolgopleidingen waren gesloten of er bestonden wachttijden. Voor de huisartsenopleiding was dat drie jaar. Omdat mijn echtgenote in 1984 een baan kreeg bij de Open Universiteit ben ik in 1985 naar Heerlen verhuisd. Vanwege mijn ‘dubbele’ interesse en ervaring heb ik toen, na mijn verhuizing naar Limburg, een eerste baan gevonden in de sfeer van beleid en management. Na een aantal jaren deed zich de mogelijkheid voor om in te stromen in de laatste groep van de (toen nog-) tweejarige huisartsopleiding en heb ik die kans gegrepen. En om daarmee terug te keren naar uitoefening van de medische professie, naar de zorg zelf.      

Zijn er verhalen over jouw studententijd, die je nog steeds verteld aan anderen  ?

Zo ja, kun je een korte samenvatting daarvan geven ?

Na de Parijse opstanden van 1968 werd begin jaren zeventig de Wet Universitaire Bestuurshervorming ingevoerd wat ook aan studenten de mogelijkheid bood om op alle niveau’s mee te praten en mee te beslissen over zaken die hen aangaan zoals onderwijs, onderzoek en studentenvoorzieningen. In allerlei functies op universitair- en facultair niveau heb ik daarin volop mee mogen en kunnen doen. In Universiteitsraad en College van Bestuur (namens de PSF) en in Faculteitsraad en Faculteitsbestuur (namens ProMed). Aan dat werk maar ook aan de verkiezingscampagnes die er mee verbonden waren heb ik veel plezier beleefd. Het heeft me gevormd in mijn bestuurlijke interesse en in mijn politieke en ideologische ontwikkeling. Ik heb er veel mensen mogen ontmoeten en leren kennen van waaruit goede vriendschappen zijn ontstaan. En het heeft al met al ook geleid tot een sterke betrokkenheid bij zowel de universiteit in al zijn onderdelen als bij de ‘eigen’ faculteit.       

Welke docent heeft een voorbeeld-functie voor jou gehad of heeft indruk gemaakt ?

Destijds kinderchirurg, later hoogleraar Rein Zwierstra. Door de manier waarop deze aan het ziekbed op een hele heldere manier de theorie met de praktijk kon verbinden ofwel anamnese en (fysische-)diagnostiek met het klinisch denken.   

Wat is je belangrijkste motief c.q. reden om lid te zijn van Antonius Deusing  ?

Om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen binnen de faculteit en contact te houden met oud-medestudenten en –docenten.

Zijn er activiteiten van Antonius Deusing waaraan je hebt deel genomen ?

Door de geografische afstand helaas aan te weinig activiteiten. Behoudens aan een enkele Alumnidag. Dat gaf de mogelijkheid om kennis te maken met al het nieuwe van het UMCG en nostalgisch rond te dwalen langs al het vertrouwde wat er nog is op het stukje Groningen waar ik zoveel uren heb doorgebracht.

Waar gaan jouw herinneringen uit jouw studententijd het meest naar uit ?

Zowel aan de stad Groningen, de faculteit en het AZG als, zéker in mijn geval, ook naar de gehele RUG. Mijn coschappen heb ik gedaan in het AZG dat destijds, nog vóór de ombouw tot UMCG, uit allerlei afzonderlijke klinieken bestond.

Ontmoet je nog veel collega’s uit je studententijd ?

Na de verhuizing naar Limburg, waar ik Heerlen ben gaan wonen, ben ik in mijn werk bij het academisch ziekenhuis Maastricht en later in het regionale Zuid-Limburgse zorgnetwerk diverse jaargenoten tegen gekomen die zich intussen hadden gespecialiseerd. Enkele van hen zie ik nog steeds en dan halen we uiteraard nog regelmatig herinneringen op aan de studententijd.

Wat betekent voor jou “ mijn universiteit” ?

Opgegroeid in een gezin waar geen geschiedenis was met ‘de academie’ was het voor mij een hele nieuwe wereld. Het is een plek gebleken waar ik mezelf op meerdere gebieden heb kunnen vormen en ontwikkelen. Waar ik door de vele activiteiten en contacten in de jaren van mijn studententijd mee vergroeid ben geraakt. Waarop ik trots ben dat ik er alumnus van ben.   

Wat betekent voor jou “ mijn faculteit c.q. ziekenhuis” ?

In dezelfde zin geldt dat ook voor ‘mijn’ faculteit. Hier in Limburg vindt men het toch bijzonder dat ik daar, ‘ver weg’ mijn studie Geneeskunde heb gedaan hoewel het destijds vanuit Assen, waar ik geboren en getogen ben, de meest logische stap was. Het zegt ook iets over de relatieve onbekendheid van Groningen bij de meeste mensen in de regio waar ik nu woon. Maar ik kan het dan dus nooit nalaten om als ‘ambassadeur’ nog eens de loftrompet te steken over “stad en ommeland”, over mijn Alma Mater en mijn medische faculteit!