Artikelen

Het studentenleven van Eddy Reijnders

Eddy, dank dat je helemaal uit Abcoude naar Groningen bent gekomen voor dit interview.


Jij bent student geweest van 1968 tot 1975.  Waar heb je toen gewoond in die tijd ?

Aan de rand van de Kempkensberg, op het Deliplein en in de Haddingestraat.

Wat is voor jou de meest dierbare plek in Groningen ?

Toch de Kempkensberg. Het Sterrebos vond ik een heel mooi bosje. Aan de rand daarvan woonden wij in een deel van een voorhuis van een boerderij. Daar is Stella – mijn vrouw – bij mij komen wonen. Later is deze woning gesloopt ten behoeve van de flats van o.a. de studiefinanciering.  In het bos staat nu ook het Joods Monument van Edu Waskowsky.

Heb je nog herinneringen aan bepaalde plekken in Groningen?

Ik kwam veel in de Vlaamse Reus. En het bijzondere aan de stad was voor mij ook, dat je nooit iets afsprak met iemand, maar altijd wel iemand, die je kende, tegenkwam.

Dat vond en vind ik het leuke aan Groningen.

Heb je nog bepaalde herinneringen aan je opleiding ?

Ik heb goede herinneringen aan de colleges van W.C.Veeger, de gastro-enteroloog.

Het was een hele moderne manier van lesgeven; hij voerde je mee langs de problemen; hij stelde vragen en liet je meedenken. Hij had , als een van de weinige, aandacht voor wat “normaal” was op zijn terrein: niet poepen of veel poepen. Hij kon dat zeer plastisch uitleggen. En dan liep hij soms met een potje met poep door de collegezaal.

Nog voorkeuren voor andere docenten ?

Keuning, de histoloog, vond ik een aimabele man. Hij besteedde aandacht aan hoe men iets kan leren. Van den Hoofdakker liet ons gespreksmethodieken zien. Hij had video-opnames gemaakt en liet jou als student meekijken. Het was maar 1 middag maar het was voor het eerst dat ik zoiets zag. Het was het enige onderwijs in gespreksmethodiek mijn opleiding.

Dat maakte grote indruk op mij.
 

Je bent lid van AD. Wat is je belangrijkste motief ?

Ik doe eigenlijk altijd mee aan organisaties, die verbinden. En dit is dan verbinding met mijn verleden. Zo doe ik ook mee aan de buurtvereniging, geneeskunde-verenigingen etc.

Wat zijn jouw herinneringen aan de stad Groningen ?

Groningen is voor mij vooral een vormende stad geweest. Voor het eerst zelfstandig in een vooral overzichtelijke stad.  Je kon zo met de bus naar Schiermonnikoog. Ik heb veel herinneringen aan de fysieke stad – straten, pleinen, torens; de structuur van de stad is voor mij nog heel herkenbaar.

Wat betekent voor jou “mijn universiteit” ?

Hoewel ik in mijn leven langer buiten de provincie Groningen gewoond heb, voel ik me toch een Groninger. Ik heb lange tijd aan de Vrije Universiteit gewerkt, maar desondanks is de Groningse Universiteit “mijn universiteit”.

Het waren toch vormende jaren; het is je eerste herinnering aan de academie. Het is een soort basis die blijft .

Groep K ! Wat was dat ?

Gewoonlijk werden studenten volgens alfabet ingedeeld in de coschappen. Begin jaren zeventig ontstond er een groep studenten, die met elkaar in een groep ingedeeld wilde worden. En deze groep ging weekenden organiseren over wat geneeskunde zou moeten inhouden. Studenten uit deze groep wilden ook deelnemen in en aan verschillende commissies. Men was ook bestuurlijk actief.

Er was in het onderwijs veel aandacht voor de ziekte en weinig voor de zieke. We hadden het ook over hoe om te gaan met patiënten, “bedsidemanners” dus. Hoe voer je een gesprek met een patiënt. Hoe neem je een anamnese af. In de bijeenkomsten van groep K stond ook dat wat we nu reflectie noemen centraal.

Het mooie is dat we nog steeds bij elkaar komen.

Jij bent 3 jaar tropenarts geweest en je bent huisarts geworden. In Amsterdam ?

Ja, mijn vrouw heeft zich daar toen met een collega – ook uit groep K – gevestigd in de Bijlmermeer. Ik ben eigenlijk begonnen bij de huisartsopleiding van de VU.

Aanvankelijk werkte ik als waarnemer, maar al snel heb ik toen een praktijk overgenomen in Amstelveen.

Wat vind jij belangrijk voor de opleiding geneeskunde ?

Toen ik met de studie startte waren er ongeveer 20% vrouwelijke studenten. Nu ligt het % vrouwen rond de 70%! Toen was er nauwelijks aandacht voor communicatie. Nu bestaat een groot deel van de opleiding, 20–30%, uit communicatie-onderwijs. In de huisartsopleidingen nog meer. Tegelijk wordt er minder tijd besteed aan belangrijke klachten en kwalen.

Patiënten klagen weinig over de zorg die ze krijgen, maar als ze dat doen, gaat het meestal over de communicatie. De toename van het communicatieonderwijs heeft niet geholpen dat te verminderen.

Nu (huis)artsen meer parttime werken zien zij minder patiënten en zijn minder vertrouwd met de wat zeldzamere ziekten. Ik vind het belangrijk dat artsen goed geneeskundig onderlegd zijn. Ik denk dat de patiënt liever een deskundige dokter wil dan een goed communicerende dokter.

In mijn generatie hebben we het communicatieprobleem tussen arts en patiënt proberen op te lossen door meer scholing daarover te geven. Ik denk dat we ons moeten afvragen of er geen betere manieren zijn om dit probleem op te lossen en dat er meer aandacht voor een brede geneeskundige basis nodig is.

Kun je een voorbeeld noemen?

Nou, veel huisartsen doen graag kleine chirurgische ingrepen. Maar de kennis van de anatomie van de huid schiet nogal eens tekort. En dan zijn er ook huisartsen die onvoldoende KNO-kennis en -vaardigheden hebben opgedaan.

Tot slot: Wat vind je vooral in deze tijd van belang voor de zorg ?

Er is meer behoefte aan zorg dan we kunnen leveren. Ik vind dat wij – artsen en gezondheidswerkers – duidelijk moeten zijn over welke zorg de patiënt wel en niet bij ons kan krijgen.

Toen ik met de studie startte waren er ongeveer 20% vrouwelijke studenten.

Eddy Reijnders bij een evenement van Antonius Deusing in 2022


Het studentenleven van Aafke Engwerda
23sep

Het studentenleven van Aafke Engwerda

Waarom ben je in Groningen gaan studeren? Ik ben in 2013 begonnen met studeren en ik heb gekozen voor de geneeskundestudie in Groningen...

Reacties

Log in om de reacties te lezen en te plaatsen